“Kunst kan voor niets een oplossing zijn, maar het kan wel een kader bieden.”
Een interview met Lucas De Man
Op 23 oktober trokken wij, drie studentes Nederlandse bedrijfscommunicatie, naar het station van Brussel-Noord om met Lucas De Man (29) te praten. Lucas De Man volgde Germaanse talen aan de Katholieke Universiteit Leuven. Daarna ging hij regie studeren in Amsterdam. Hij is creator en artistiek leider van de stichting nieuwe helden. Lucas verblijft voor zijn werk voornamelijk in Nederland, maar was toch zo vriendelijk om ons in Brussel te ontmoeten. We vonden een ouderwets cafeetje waar we een gezellige babbel hadden over hoe hij terugkijkt op zijn studententijd, hoe het vandaag met hem gaat en het belang van kunst in onze maatschappij.
Lucas De Man studeerde Germaanse talen aan de Katholieke Universiteit Leuven, hoewel hij al heel vroeg wist dat hij de kunstwereld in wilde. Hij wilde eerst graag een universitair diploma behalen. Niet alleen omdat zijn omgeving daar op aandrong, maar vooral omdat hij een netwerk van sociale contacten wilde uitbouwen. Achteraf bleek het een hele goede beslissing te zijn, aangezien hij in Leuven een geweldige tijd beleefde. Volgens Lucas zijn er immers twee soorten studenten: “de uitgaanders en de strebers”, en hij behoorde duidelijk tot de eerste groep. Naast uitgaan en feesten, speelde Lucas ook improvisatietheater met The Lunatics. Met deze groep beleefde hij echte hoogdagen. Ze traden immers een jaar lang elke week op in Het Stuk voor vierhonderd man. Al deze buitenschoolse activiteiten waren belangrijk om contacten te leggen, maar Lucas ging ook altijd naar de les. De aula was een soort ontmoetingspunt waar werd afgesproken wat er die avond gedaan werd. Lucas denkt met veel plezier terug aan die tijd: overdag naar de les gaan, ’s avonds toneel spelen en uitgaan. Tijdens zijn studententijd heeft hij dan ook een uitgebreid netwerk kunnen opbouwen met mensen uit heel uiteenlopende richtingen, waar hij vandaag nog steeds handig gebruik van maakt. Alles is volgens hem netwerken; met enkel talent kom je niet meer aan de bak. Het gaat om wie je kent en wie je kan overtuigen van je kunnen. Niemand zit immers te wachten op nog een kunstenaar of journalist.
“We moeten wel meer gaan samen doen, want we trekken het anders niet”
Lucas schreef zijn masterscriptie over “Het belang van theater als antwoord op de crisis van de openbare ruimte”. In onze maatschappij worden de steden steeds groter en de mensen steeds eenzamer. Falen en eenzaamheid zijn volgens Lucas de grootste taboes. We hebben elkaar nodig, want straks is het zoeken naar geld niet meer het hoogste goed en hebben we geen alternatief meer. We zijn niet gelovig, noch idealistisch, we hebben enkel elkaar. In die zin gelooft hij dat kunst wel een belangrijke rol kan spelen. Volgens Lucas is de kunstenaar iemand die in de maatschappij iets kan teweegbrengen. In zijn masterscriptie zie je al hoe Lucas wat hij leerde tijdens zijn opleiding Germaanse talen kan gebruiken bij zijn huidige job. Hij volgde enerzijds veel vakken over theater en bouwde anderzijds een hele brede algemene kennis op. Daarnaast pikte hij ook verschillende vaardigheden op. Zo leerde hij onder andere zaken onderzoeken, onderbouwde papers opstellen, artikels schrijven en presenteren, interviews afnemen en een verzorgde taal hanteren. Hij koos de opleiding niet alleen om mensen te leren kennen en een diploma te behalen, maar ook omdat hij gepassioneerd was door het Nederlands en door literatuur. Daarnaast wilde hij goed leren spreken en schrijven, want communicatie is volgens Lucas erg belangrijk.
“Je studeerde af met een hele generatie”
Nadat Lucas zijn diploma Germaanse talen had behaald, volgde hij een regieopleiding in Amsterdam. De opleiding verschilde van die in Leuven. Zo werden er slechts vijf studenten toegelaten per jaar, waarvan er maar drie afstudeerden. Die laatste drie vonden wel meteen werk, omdat je door de verplichte stage reeds bij de grote namen binnen de theaterwereld terechtkwam. Hij ging dus van anonieme student in de grote aula in Leuven naar een situatie waar de professoren hem plots met de voornaam aanspraken en hem vroegen om samen iets te gaan drinken. Het sociale leven dat hij in België had, stopte. Hij moest immers honderd uren per week op school zijn. Amsterdam was bijgevolg eerder een eerste opdrachtgever dan een onderwijsinstelling. Hij heeft daar veel ervaring opgedaan: wonen op een boot of in een voormalig asielcentrum dat zelfs te pover was voor asielzoekers zijn hem sindsdien niet langer vreemd. Het was ook een voorrecht om aan die kunstschool te studeren, want met slechts vijf studenten en heel wat faciliteiten en leerkrachten is het de duurste opleiding voor de Nederlandse staat. Alle opleidingen zaten daar bij elkaar: technici, acteurs, regisseurs, vormgevers en managers. Je studeerde af met een heel team, een hele generatie, zodat je niet helemaal alleen van nul af aan moest beginnen.
De kracht van het niet weten
Lucas omschrijft zijn huidige job als “artistiek leider bij de Stichting Nieuwe Helden” of “creator”. Voor Lucas is het belangrijk dat zijn creaties iets teweegbrengen. Nu is theater vaak entertainment voor de elite waarbij het publiek het eens is met wat er gezegd wordt. Lucas ziet dat soort theater als “het knuffelen van je eigen ziel”: het publiek bevestigt je eigen visie. Hij wil daarentegen iets veroorzaken met zijn werk, waarbij hij middenin de maatschappij staat. Daarom houdt hij zich niet enkel met theaterproducties bezig, maar ook met installaties. Hij denkt heel breed en wil gewoon zijn verhaal delen. Een mooi voorbeeld daarvan is een performance die ze in Skopje (Macedonië) hebben opgevoerd. Met een honderdtal mensen hebben ze op een plein een vraagteken gevormd met fakkels, terwijl alle andere verlichting gedoofd werd. Onze tijd is voor Lucas zo’n brandend vraagteken: “de kracht van het niet weten”. Toen het licht uitging en enkel de fakkels brandden, volgde er spontaan applaus. Dat moment was voor Lucas erg aangrijpend, omdat hij het gevoel kreeg dat ze iets goed hadden gedaan: “We veroorzaken iets, we kunnen een verhaal delen.”
Managen
Naast de artistieke kant van het vak, namelijk het creëren, heeft Lucas geleerd om een bedrijf te leiden. Vroeger was het not done om je als regisseur ook met de zakelijke kant van de productie bezig te houden. In Vlaanderen is het nog steeds taboe om zowel manager als kunstenaar te zijn. Volgens Lucas moet je echter twee dingen doen om succesvol te zijn: zowel stout genoeg zijn in wat je maakt als je zaken managen zodat je dingen kunt maken. Hij toont dat het ook anders kan dan het traditionele beeld van de arme kunstenaar die op een zolderkamer verhongert. Toen hij destijds besloot om in de theaterwereld te stappen, vond zijn grootmoeder het heel erg dat hij geen job zou vinden. Ze had al besloten dat ze hem geregeld van maaltijden ging voorzien zodat hij toch iets zou kunnen eten. Lucas kookt inderdaad niet veel, maar gaat wel vaak op restaurant. Verhongeren om zijn kunst te kunnen maken, doet hij dus niet.
“Kunst kan voor niets een oplossing zijn, maar het kan wel een kader bieden”
Een van die projecten is “De Club”, een voorstelling waar het publiek zelf deel uitmaakt van wat er gebeurt. Het is allesbehalve een traditionele theatervoorstelling, want er wordt bijvoorbeeld gevochten, het publiek mag ook meepraten en mensen worden zelfs geblinddoekt in een busje gestopt. Het is wel een heel heftig project, omdat hij daar elke avond opnieuw als zichzelf staat. Het publiek mag reageren en er gebeurt constant iets. Wel heel leuk om te doen, maar “ge zijt wel dood als ge dat een tijdje doet”. Het ideale publiek van “De Club” gaat van 18 tot 38 jaar, omdat het gaat over de vraag wat we kunnen veranderen in onze samenleving, wat we effectief doen, of we wel iets kunnen veranderen. De laatste tijd merkt Lucas op dat wat hij maakt heel vaak gaat over “we moeten geen vrienden zijn van elkaar” of “we moeten elkaar niet graag zien”. We geloven niet meer in een soort hippietijdperk waar iedereen verliefd is, maar we moeten wel meer samen doen, want anders trekken we het niet. “De Club” wil wel iets doen, maar de vraag is wat. Niet alle mensen die naar “De Club” komen kijken, zijn bewust bezig met wat er gedaan kan worden, maar het is leuk als je mensen kan aanzetten tot nadenken. Kunst kan volgens Lucas voor niets een oplossing zijn, maar het kan wel een kader bieden.
Interviewers: Anouk De Smet, Leen Schellinck, Natacha De Bleser
Lucas De Man
Lieven de winnestraat 6, 9000 Gent
mathiasdeman@hotmail.com
stemt toe in opname op site
