Passie

(bron: VanDale geeft antwoord, dePers 09-04-09)
“Casanova had een passie voor vrouwen, Romeo had een passie voor Julia. Passie komt in de beste kringen voor, en niet alleen bij mensen. Zeus had een passie voor Leda en transformeerde zich van god tot zwaan om haar te kunnen beminnen, nou ja… te kunnen bezitten. Hebben we het over passie, dan duiken al snel grote woorden op: brandende liefde, hogere hartstocht. Zo staat passie ook in het woordenboek: als ‘geval van hartstochtelijke liefde’. Maar het woord is onderhevig aan infl atie. Lees de krant maar. Daar staat geen interview meer in, of er wordt aandacht besteed aan de ‘passie’ van de
geïnterviewde. Dan blijken mensen de meest alledaagse ‘passies’ te hebben. Een passie voor hengelen, voor buxushaagjes, voor atletiek, voor oude rijwielplaatjes, voor vliegtuigspotten, voor de Groninger
blaarkop. Of voor de zaak natuurlijk. Gaat het in al deze gevallen om een hogere hartstocht? Het zou kunnen, maar vaak lijkt passie in zulke contexten niet meer dan het hoogdravende synoniem van liefh ebberij. Ook nu, net voor Goede Vrijdag, valt het woord passie nogal eens. Dan gaat het om een ander soort passie: het lijden van Christus, dat immers op Goede Vrijdag wordt herdacht. Mattheus schreef erover in zijn Bijbelboek en Johann Sebastian Bach componeerde daar weer een mooi muziekstuk over: de Matthäuspassion. In beide gevallen gaat passie terug op dezelfde bron: het Latijnse passio. Dat betekent ‘gemoedsaandoening’. Die kan verband houden met lijden én met liefde. Alsof het twee kanten
van dezelfde medaille zijn.”

Read more posts in