Wij Willen

Wij Willen.

Geen keurige inleiding schrijven voor het volgende statement;

Wij Willen.

Om te beginnen het publiek bij haar kloten grijpen, soms zacht soms onverwacht, maar haar in ieder geval een onontkoombaar gevoel geven dat ze er is. Met ons. We willen geen veilige afstand meer. We willen een publiek dat mee gaat in de beleving. We zijn blij met een associatie, nog blijer met een gevoel maar het liefst hebben we een publiek dat haar voegen verloren heeft.

We zijn ongelukkig en moe van de beredenerende reactie van de toeschouwer. Mensen willen dingen kloppend maken, bevatten, categoriseren. Begrijpen. Gesprekken na een voorstelling gaan vaak over de kwaliteit van de vorm en soms over de inhoud. We willen liever helemaal geen gesprekken meer. Ze maken het kapot. We willen poeh’s en onsamenhangende zinnen. Of klootzak.

Iemand vertelde eens over een locatie voorstelling met auto’s. Een auto raakte los en reed recht op de tribune af. Het publiek verroerde zich niet omdat ze er van uit ging dat het erbij hoorde. We zijn geconditioneerd geraakt in dat wat de meest levende kunstvorm zou moeten zijn. Theater.

We proberen ons zelf te ontconditioneren. We proberen wakker te worden en wakker te maken.

We willen dat tekst, beeld en handeling hun werking hebben zonder een logisch verhaal of de suggestie van een andere ruimte dan de ruimte waar wij op dat moment zijn. De elementen moeten elkaar versterken maar liefst kunnen ze ook op zichzelf staan. (een blokkendoos in plaats van puzzelstukjes). Dit geldt ook voor de handeling. De ’scènes’ zijn op elkaar gestapeld en hebben weliswaar invloed op elkaars betekenis of impact maar zijn in eerste instantie niet afhankelijk van elkaar. Zodat er een veelheid aan invalshoeken ontstaat, die allemaal hun eigen verhaal vertellen en tegelijkertijd iets over elkaar zeggen.

Wij zijn op zoek naar echtheid in onze manier van theater maken. Iets wat echt is zorgt dat je er in mee moet gaan. Of je er in ieder geval toe moet verhouden. Niet zozeer werken met documentair materiaal of het nauw benaderen van de werkelijkheid, maar vormen zoeken die niet gespeeld maar gedaan dienen te worden. Niet spelen bestaat niet. Zodra je iets doet voor publiek ben je aan het performen en kies je er al dan niet bewust voor om dit op een bepaalde manier te doen. En weer te doen. En weer te doen. En weer te doen. En weer te doen. En weer te doen. En weer te doen. En als je geluk hebt nog 20 keer te doen. Wij willen dat een voorstelling of andere bijeenkomst met toeschouwers een unieke live gebeurtenis wordt, meer dan het afdraaien van een product dat voortgekomen is uit een repetitieproces…

Door iets te maken waarbij de poging belangrijker is dan het resultaat. Het publiek getuige te laten zijn van een poging en het al dan niet lukken daarvan. In Zo komt de naakte waarheid liep Floor hooggehakt op bierflesjes door de ruimte. De ene keer viel ze ervan af nog voor ze stond en de andere keer lukte het haar om een stap te zetten. De spanning zat in het zien van iemand die zijn uiterste best doet om vooruit te komen met het gevaar om op haar bek te gaan.

Door een fysieke verandering te ondergaan, plat gezegd: bloed, zweet en tranen. In onze afstudeervoorstelling sprongen wij met de klas 50 minuten lang, zonder reserve, op een hardcore-beat. De veranderingen die we ondergingen door concentratie en vermoeidheid bleken aangrijpend te zijn. Vooral in de stilte die volgde, het stil staan zonder iets over te hebben wat nog hoog te houden is.

Door toeval (of het lot van dat moment) een rol te laten spelen. Bas stond geblinddoekt aan het begin van de grootste winkelstraat in Leiden (een kilometer winkelplezier). Floor stond geblinddoekt aan de andere kant. We liepen in de richting van de ander in de hoop elkaar te vinden. Twintig minuten later botsten we tegen elkaar op.

Door het publiek vragen te stellen in plaats van antwoorden te geven. Die hebben we namelijk niet.

Theater begint bij de noodzaak van de maker om zich te uiten. Omdat hij geen genoegen kan nemen met deze realiteit alleen in zich op te nemen. Die implodeert of explodeert bij dat vooruitzicht. Theater begint bij de behoeften, woede, verwondering, verdriet van de maker over wat er in of om hem speelt. De vertaling die hij maakt, zorgt dat het over jou gaat. De wereld die jij ziet. Als het de maker lukt een goede vertaling te maken – eentje die open is voor interpretatie zonder haar betekenis te verliezen – dan leeft het in het hoofd/hart van de toeschouwer.

Wij weten het niet beter. We veronderstellen dat er geen een waarheid is. We zoeken een manier om ja en nee naast elkaar te laten staan. We hebben teveel, maar we missen iets. Weerstand? Een geloven? We missen iets omdat we niet anders kunnen. Omdat we anders stil zouden staan. We missen dat wat er onder het kabbelen ligt. We willen niet kabbelen en we willen niet tevreden zijn. Zodat we kunnen verlangen naar tevredenheid.


Wij hopen dat jij niet blijft zitten als er in onze volgende voorstelling een auto op de tribune inrijd.

met geblufde trots getekend,

Floor van Leeuwen, Bas van Rijnsoever – MTG BLONT

Read more posts in